|
Sinds
zijn prille kinderjaren is iedere burger van dit koninkrijk eraan
gewend dat in openbare gebouwen, die iets met het gezag te maken
hebben, de portretten van het belgisch vorstenpaar prijken: Leopold
en Astrid, Boudewijn en Fabiola, Albert en Paola.
Het is een vanzelfsprekendheid zoals gordijnen aan de ramen en tapijten
op de vloer.
De aanwezigheid van deze koninklijke beeltenissen zal bij de meerderheid
van de bevolking wel zelden of nooit aanleiding hebben gegeven tot
diepe overpeinzingen over de vraag welke staatsvorm te verkiezen
is: de monarchie of de republiek.
Pas de laatste jaren begint er op dit vlak iets te bewegen: meer
en meer wordt de wenselijkheid, het nut en de noodzaak van een koningshuis,
van een koning als staatshoofd, in vraag gesteld.
Uitgesproken royalisten en republikeinen zijn er de voorbije eeuwen
altijd al geweest, evenals de grote middenmoot voor wie het eigenlijk
niet uitmaakt.
Maar de scheidingslijn tussen voor-en tegenstanders van de monarchie
valt niet samen met b.v. de taalgrens en evenmin met de partijgrenzen.
Het Vlaams Belang is principieel voor de Vlaamse Republiek, maar
tussen haar één miljoen kiezers vindt men er waarschijnlijk
ook die verknocht zijn aan het koningshuis: mensen die vertederd
worden bij koninklijke verlovingen, huwelijken en geboortes, die
hun hart ophalen aan de glamour en glitter van bruidsjaponnen, aan
het geluk dat afstraalt van een prinselijk paar met kroost, enz
"Koekjesdozenromantiek", zo typeerde Gerolf Annemans eens
zeer geestig deze vorm van royalisme die ook veel tijdschriften
doet floreren.
Maar dit soort romantiek is natuurlijk heel wat anders dan een gefundeerde
mening over de ideale of meest wenselijke staatsvorm.
Bij
de installatie van de nieuwe gemeenteraad, begin januari van dit
jaar, werd voor het eerst een andere eedformule gebruikt.
De mandatarissen moesten geen trouw meer zweren aan de koning.
Dit detail van het ceremonieel is misschien bij het merendeel van
de bevolking onopgemerkt gebleven, maar in feite was het een revolutie.
Een revolutie met een domino-effect want nu begon men zich in sommige
gemeenten luidop af te vragen, wat die portretten van het vorstenpaar
nog in de raadszaal deden.
Een raadzaal moest toch een neutrale ruimte zijn.
Er kwamen interpellaties met het verzoek de portretten te verwijderen,
o.m. in Mortsel en Brasschaat.
Ons raadslid Anthony
Spiessens, die een dergelijke interpellatie in de gemeenteraad
van Edegem ook al had overwogen, greep nu de kans om het ijzer te
smeden terwijl het heet was.
Waarop de burgemeester op rustige en vaderlijke toon aanvoerde,
dat het toch een wijd verbreide traditie was om in een officiële
instelling een foto van het staatshoofd op te hangen.
Wiens beeltenis zou dan voor vlaamsgezinde republikeinen in de plaats
van die van de koning moeten komen? De minister-president? Yves
Leterme dus!
Het probleem is dat ministers-presidenten elkaar nogal eens snel
opvolgen.
Hun ambtstermijn is wat kort om uit te groeien tot symbool van de
Vlaamse gemeenschap.
En dan, moet het behang en de muurversiering van de raadzaal nu
ook al onderworpen worden aan de goedkeuring van de gemeenteraad?
Hier scoorde de burgemeester natuurlijk een punt.
We moeten toch redelijk blijven, nietwaar?
Enkele raadsleden deden vervolgens ook nog een duit in het zakje,
instemmend en beamend.
Ach vlaams belangers, waar maken jullie je toch zo druk over?
Daar kwam het uiteindelijk op neer
.maar daar ging het helemaal
niet om!
Anthony vroeg een stemming over dit heikele onderwerp, maar die
werd geweigerd.
Immers, dan zou blijken dat zich in alle partijen, zowel bij meerderheid
als oppositie,
voor-en tegenstanders bevinden.
Die politieke fracties die per definitie republikeins zijn, zouden
zich bij deze gelegenheid misschien als koningsgezind voordoen,
om strategische redenen.
Immers als het Vlaams Belang ergens tegen is, dan heeft wie zich
"democratisch" noemt, de plicht om voor te stemmen, en
vice versa.
Maar het omgekeerde zou ook mogelijk zijn.
Stel dat er iemand van de CD&V zich zomaar openlijk tegen de
koninklijke portretten zou uitspreken
wat een blammage!
Laten we dan liever bedekt houden wat niet geweten hoeft te worden
en
dus: geen stemming!
Rina Vredenbregt
Bestuurslid
|